PIAMA

Samenwerking

Naast PIAMA, zijn er in Nederland nog andere (geboorte)cohorten. Ook in de landen om ons heen zijn er een aantal verschillende (geboorte)cohorten. Voor sommige studiedoelen kan het heel belangrijk zijn om de gegevens van meerdere cohorten met elkaar te combineren. Denk bijvoorbeeld aan onderzoek naar ziekten die niet zoveel voorkomen. Hoe groter de groep deelnemers waarover je gegevens hebt, hoe meer mensen met die ziekte er in die groep zullen zitten, hoe betrouwbaarder je onderzoek naar die ziekte kunt doen.

Daarom was er al direct na de start van PIAMA belangstelling uit andere landen om PIAMA op te nemen in internationale netwerken van (geboorte) cohort studies. PIAMA is betrokken (geweest) in diverse nationale en internationale netwerken. Het geld voor het opzetten van zo’n netwerk komt vaak van de Europese Unie, en de uitkomsten worden ook daar gepresenteerd. De Europese Unie kan de aanbevelingen van de onderzoekers gebruiken om adviezen te geven of regels en beleid aan te passen in het belang van (de zorg voor) astma en allergie patiënten, maar ook andere chronische ziekten zoals bv. diabetes.

Hieronder staat een lijst voor een beeld van wat in deze studies onderzocht wordt. Onderaan de pagina zijn de afgeronde internationale samenwerkingen te vinden in de uitklapbalk.

We melden hierbij wellicht ten overvloede dat de gegevens die uitgewisseld worden in dit soort nationale en internationale netwerken nooit naar een deelnemer herleidbaar zijn. Ook is er altijd een PIAMA onderzoeker betrokken is bij de verwerking van PIAMA gegevens. Wanneer gegevens van de PIAMA studie in één van deze netwerken worden gebruikt, en wanneer dat interessante uitkomsten oplevert dan laten wij dat weten, via nieuwsberichten en op deze website.

Lopende internationale samenwerkingen

CADSET

Een CRC (Clinical Research Collaboration) vanuit de European Respiratory Society

2018 – heden

Binnen CADSET werken onderzoekers vanuit 15 verschillende landen (voornamelijk Europa) samen om de ontwikkeling van de longfunctie en de respiratoire gezondheid gedurende het leven te onderzoeken. Gegevens van meer dan 45 verschillende onderzoeken zijn opgenomen binnen dit consortium met in totaal rond de 300,000 proefpersonen.

EXPANSE

Een EU project binnen het ‘European Human Exposome Network’

2020 – heden

Het exposoom staat voor alle externe factoren, die samen en in interactie met elkaar, onze gezondheid beïnvloeden. Wat we eten en drinken, de lucht die we inademen, onze sociale interacties en leefstijlkeuzes zoals roken en lichaamsbeweging, het zijn voorbeelden hiervan. Het doel van EXPANSE is om meer te weten te komen over de bijdrage van het exposoom aan het ontstaan van longziekten en cardiometabole ziekten. Dit doen we door naar relaties tussen het exposoom en deze ziekten te kijken binnen bestaande cohorten. Hoe kunnen we voor een zo goed mogelijke gezondheid zorgen in onze moderne steden.

PACE

Pregnancy And Childhood Epigenetics

2013 – heden

Het is al langer bekend dat variatie in het erfelijk materiaal (de DNA code) bijdraagt aan astma en allergie. Het PACE consortium is een wereldwijde samenwerking waarin men zich richt op de epigenetische veranderingen die van belang zijn voor astma en allergie. Epigenetica gaat over veranderingen van het DNA, die niet in de DNA code liggen, maar wel van belang zijn voor het afschrijven van genen.

PACE heeft geleid tot belangrijke inzichten in hoe DNA verandert onder invloed van de omgeving. Het blijkt dat als de moeder rookt gedurende de zwangerschap, het DNA van de baby op meer dan 5000 plaatsen verandert. Sommige van die veranderingen blijven zichtbaar tot op de schoolleeftijd. Ook blijken bloed-DNA-veranderingen gerelateerd te zijn aan astma, die wijzen op de rol van een bepaalde ontstekingscel (de eosinofiel) bij het ontstaan van astma. PACE heeft nu al nieuwe inzichten opgeleverd over het mechanisme achter de ziekte astma.

Afgeronde internationale samenwerkingen

CHICOS

Developing a Child Cohort Research Strategy for Europe

2010 – 2013

Aan CHICOS deden 76 cohorten mee uit 21 landen. CHICOS wass vooral gericht op informatie over moeder en kind; bijvoorbeeld over zwangerschap en bevalling en gezondheidsaspecten voor het opgroeiende kind. Deze gegevens werrden vanuit de diverse cohorten uit heel Europa gebundeld en bestudeerd met de bedoeling om gaten in de kennis over de risicofactoren voor astma, overgewicht, neurologische ontwikkeling, sociale ongelijkheid, voeding, de leefomgeving en genetische factoren te identificeren en op te vullen en om adviezen op te stellen voor verbetering van de omstandigheden waar nodig.

ENRIECO

Environmental Health Risks in European Birth Cohorts

2009 – 2014

Aan ENRIECO deden 24 cohorten uit 17 landen mee. Zij keken vooral naar verbanden tussen specifieke woon- omgevingsfactoren (denk aan passief roken en blootstelling aan schimmels) en de gezondheid van pasgeboren kinderen.

ESCAPE

European Study of Cohorts for Air Pollution Effects

2007 – 2012

Ongeveer 30 cohorten uit 17 landen bundelden hun gegevens over gezondheid e luchtverontreiniging. Op die manier konden ze beter bekijken hoe luchtverontreiniging (vooral afkomstig van verkeer) de gezondheid van jong en oud beïnvloedt. Er werd gewerkt met modellen waarmee berekend kan worden wat de mate van luchtverontreiniging is in elk postcode gebied. Zo ontstond er ook een beeld ontstaat van wáár in Europa de mensen wonen die de meeste last hebben van deze verontreiniging.

GA2LEN

Global Allergy and Asthma European Network

2005 – 2009

GA2LEN was een netwerk van onderzoekers die bekeken hoe er in diverse cohorten onderzoek wordt gedaan naar astma en allergie. Er werd onder meer onderzocht of huisdieren de kans op astma en allergie vergroten. Voor zo’n onderwerp is het belangrijk om dat met veel landen samen te doen, omdat er tussen landen grote verschillen zijn in “het soort mensen” dat voor een huisdier kiest en de manier waarop dieren worden gehouden. Aan het onderzoek deden geboortecohorten mee van Noorwegen tot Spanje en de conclusie was dat de aanwezigheid van huisdieren in de eerste levensjaren niet leidt tot meer astma of meer allergische neusklachten. Artsen hoeven aanstaande ouders dus niet te adviseren om huisdieren weg te doen om te voorkomen dat hun kind astma zal krijgen.

MeDALL

Mechanisms of the Development of ALLergy

2010 – 2015

In MeDALL werd samengewerkt door wetenschappers uit 23 instituten verspreid over zo’n 15 landen. Zij maken gebruik van gegevens uit 14 cohorten. Zij hopen de mechanismen te achterhalen waardoor een allergie ontstaat, zodat er in de toekomst wellicht meer aan preventie kan worden gedaan. Het onderzoeksproject is 2015 afgesloten. PIAMA onderzoekers hebben binnen het MeDALL project onder andere onderzoek gedaan naar de relatie tussen luchtverontreiniging en het ontstaan van astma en hooikoorts. Ze hebben gevonden dat het wonen op een adres met meer luchtverontreiniging (met name afkomstig van verkeer) leidt tot een hogere kans op het krijgen van astma, maar niet op een hogere kans op hooikoorts.

TAG

Traffic, pollution, asthma, genetics

2009 – 2012

Een onderzoeksproject gecoördineerd door de University of British Columbia, Vancouver, Canada, in samenwerking met partners uit Zweden, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, gefinancierd door AllerGen NCE (Allergy, Genes and Environment Network Centres of Excellence). In “TAG” werd in 6 cohorten gekeken naar astma en allergie in relatie tot luchtverontreiniging.

De genetische aanleg voor astma en allergie is een belangrijke factor bij het ontstaan van die ziekten maar er zijn aanwijzingen dat bijvoorbeeld luchtverontreiniging een interactie kan aangaan met de genen waardoor de kans op deze ziekten vergroot wordt. Onderzoekers uit 10 instellingen en universiteiten werkten samen aan dit onderwerp.

AIRALLERG study

Effects of outdoor and indoor air pollution on the development of allergic disease in children

2000 – 2003

In 4 cohorten uit 3 landen werden factoren in het binnenmilieu (allergenen, bacteriën, schimmels, stikstofdioxide en nicotine) gemeten. Het doel was om meer te weten te komen over de determinanten van deze factoren en de relatie van deze factoren met astma en allergie.