Interventiestudie  Terug

Achtergrond Interventie Studie

Wanneer iemand veel in aanraking komt met het allergeen van de huisstofmijt en daar gevoelig voor is, dan kan die persoon een verhoogde afweerreactie krijgen tegen dit allergeen. We noemen zo iemand 'gesensibiliseerd' tegen huisstofmijtallergeen.

Bij zo'n verhoogde afweerreactie in een persoon is de kans vergroot dat hij of zij astma of allergie ontwikkelt. Mensen die allergisch zijn tegen huisstofmijt kunnen baat hebben bij mijtwerende matras- en kussenhoezen. In PIAMA hebben wij onderzocht of een interventie met zulke hoezen meteen vanaf de geboorte ook preventief kan werken. Dit deden we door te onderzoeken:

  1. wat de invloed van mijtwerende matras- en kussenhoezen was op de hoeveelheid huisstofmijtallergeen waarmee het kind in aanraking kwam en
  2. wat de invloed van deze hoezen was op de ontwikkeling van astma en mijtallergie in de loop van de eerste 8 levensjaren

PIAMA

PIAMA betekent: Preventie en Incidentie van Astma en Mijt Allergie.

Eén van de doelen van de PIAMA studie was het evalueren van het gebruik van mijtwerende matrashoezen als een maatregel ter preventie van astma en mijtallergie. Dit gebeurde in de "Interventie Studie"

Grafiek astma en leeftijd

Hoe werkt de mijtondoorlatende hoes?

De hoes is fijn geweven waardoor kleine deeltjes (en ook allergenen) worden tegengehouden. De hoes laat wel lucht en vocht door.

Wat is een allergeen?

Allergenen zijn deeltjes (bijvoorbeeld in uitwerpselen van de huisstofmijt) die het menselijk immuunsysteem kunnen prikkelen.

Inline Photo

Binnen de groep deelnemers aan de PIAMA studie is al helemaal in het begin een selectie gemaakt van kinderen van allergische moeders. Deze kinderen hebben een verhoogd risico op astma of allergie ten opzichte van kinderen van niet-allergische moeders.

Volgens een willekeurig schema kreeg de helft van de kinderen uit die geselecteerde groep een werkzame hoes tegen huisstofmijtallergeen, en de andere helft een niet-werkzame hoes (placebo). Er was een derde groep kinderen (controlegroep) die geen hoes kregen. Elke groep bestond uit ongeveer 400 kinderen.

De hoeveelheid huisstofmijtallergeen werd bepaald in het huisstof. Het nemen van huisstofmonsters betekende dat een medewerker van PIAMA met een stofzuiger op huisbezoek ging, zoals te zien is op de foto. Dit gebeurde al een keer voordat het kindje was geboren, daarna op de leeftijden van 3 maanden, 1 jaar en 4 jaar. De matras werd gezogen en het stof werd verzameld op een filter en overgebracht in een reageerbuis.

We onderzochten of er minder allergeen op de matras zat als er een werkzame hoes omheen zat vergeleken met een niet werkzame (placebo) hoes, of helemaal geen hoes. Ook van de vloer in slaap- en woonkamer werd stof verzameld.

Resultaten

In de periode dat de kinderen de hoezen gebruikten (tot en met de leeftijd van 8 jaar) kwam er iets minder huisstofmijtallergeen voor op de werkzame hoezen vergeleken met de placebohoezen. Tot aan de leeftijd van 2 jaar leek het erop dat ook het risico op astma iets verminderd was in de groep kinderen die op de werkzame hoezen sliepen, ten opzichte van de kinderen op de placebo hoezen.

Op de leeftijd van 8 jaar was er nog steeds iets minder huisstofmijtallergeen te vinden op de werkzame hoezen dan op de placebohoezen, maar er kwam in beide groepen evenveel astma en allergie voor. Mogelijk had dit ook te maken met het betrekkelijk geringe verschil in de hoeveelheid mijtallergeen vóór en na het toepassen van de hoezen in onze studie.

Conclusie

Een interventie met matrashoezen die geen huisstofmijtallergeen doorlaten, zorgt voor een iets verlaagde blootstelling aan dat allergeen, maar helpt dus niet om astma te voorkómen.

Aanvulling bij deze bevindingen:

Inline Photo

De hoeveelheid mijtallergeen die werd gevonden op de matrassen van de baby's en hun ouders aan het begin van PIAMA waren heel laag vergeleken met hoeveelheden die gevonden waren in vergelijkbare studies op eerdere momenten. Gegevens over het klimaat in de periode voorafgaand aan de start van PIAMA lieten zien dat de winters van 1995/1996 en van 1996/1997 extreem koud zijn geweest, en dat de hoeveelheid neerslag zeer klein was.

Onder deze omstandigheden gedijt de huisstofmijt niet goed. Het klimaat heeft er op deze manier mede voor gezorgd dat de interventie (werkzame matrashoezen) geen groot effect heeft gehad, omdat ook op de bedden zonder hoezen weinig huisstofmijtallergeen voorkwam.  Allergy 60(8) [2005], 1083-86.

De koude winter verklaart echter niet alles: Andere geboortecohorten hebben ook gekeken naar een mogelijk beschermend effect van huisstofmijtallergeenreductie op astma en allergie, en ook zij vonden dit effect niet.