Leven met astma  Terug

Het prille begin

Al rond het prille begin van een leven zijn er factoren die van invloed zijn op de gezondheid van het kind. In PIAMA hebben wij onderzoek gedaan naar een aantal van deze factoren. Wat hebben we gevonden?

Te vroeg geboren kinderen hebben een grotere kans op astma en ook kinderen die met een keizersnee geboren werden hebben meer kans op astma.  J. Allergy Clin. Immunol. 133(5) [2014], 1317-29,  Thorax 64(2) [2009], 107-13

Kinderen die heel licht waren bij de geboorte hebben in de eerste jaren meer luchtwegklachten (piepen, hoesten, luchtweginfecties), vooral als er in huis gerookt wordt. Zij groeien hier echter overheen en hebben rond de leeftijd van 8 jaar niet meer luchtwegklachten dan kinderen die met normaal gewicht werden geboren.  Am. J. Respir. Crit. Care Med. 175(10) [2007], 1078-85.

Borstvoeding

De aanwezigheid van omega 3 vetzuren (de zo genoemde 'visvetzuren') in moedermelk hebben een beschermend effect op de ontwikkeling van astma en allergie, we zagen dit na onderzoek van de PIAMA deelnemers in de kleuterleeftijd. Jaren later, toen de deelnemers 14 jaar waren, is opnieuw gekeken naar de relatie tussen de visvetzuren in de moedermelk en de gezondheid van de deelnemers.

Het blijkt dat ook op de leeftijd van 14 jaar de kinderen die deze visvetzuren met de moedermelk hebben binnengekregen, daar nog voordeel van hebben. Astma en allergie komt op 14 jaar nog steeds minder voor bij deze groep dan bij de groep die ze niet heeft gehad, de allergiestatus van de moeder heeft daar geen invloed op.  Allergy 70(11) [2015], 1468-76.

Kinder- en tienerjaren

  Grafiek astma en leeftijd

In het grafiekje is te zien dat op jongere leeftijd meer jongens dan meisjes astma hebben.

We weten uit andere studies dat in de puberteit een omkeer plaatsvindt; meer meisjes dan jongens hebben astma na die leeftijdsfase. Binnen PIAMA zien we deze omkeer halverwege de tienerjaren ook, dan halen de meisjes de jongens in.

Waarschijnlijk spelen hormonen hierbij een rol, maar het kan ook te maken hebben met verschillen tussen jongens en meisjes in de groei van de luchtwegen en de longen. Deze gegevens zijn tot en met de leeftijd van 8 jaar door de ouders aan ons verstrekt en daarna door de jongeren zelf.

Kinderen met astmasymptomen zijn vaker ziek thuis en komen vaker bij de huisarts, hun ouders maken zich meer zorgen over de gezondheid van het kind, moeten vaker 's nachts voor het kind uit bed en vinden vaker dan andere ouders dat het kind pijn of ongemak ervaart bij dagelijkse activiteiten. Ook zijn deze kinderen zelf minder tevreden over hun gezondheid.

Ondanks hun slechtere fysieke gezondheid zijn kinderen met astmasymptomen mentaal even gezond als kinderen zonder astmasymptomen en even tevreden over hun prestaties op school en bij gym en hun vrijetijdsbesteding. Op de basisschool doen kinderen met astmasymptomen het net zo goed als andere kinderen. Ook zijn ze even vaak lid van een sportclub, hoewel 30% van de kinderen met astma-symptomen medicijnen gebruikt bij het sporten.

Kinderen die vaak astmaklachten hebben, geven in de vragenlijst op de leeftijd van 14 jaar aan dat zij vaker moe of slaperig zijn overdag, dan de deelnemers die weinig of helemaal geen astmaklachten hebben. Er zijn verder geen verschillen op het gebied van slapen (tijd van naar bed gaan, duur van de nachtrust) tussen deelnemers met en zonder astma.

Medicijngebruik

Op jonge leeftijd is astma lastig vast te stellen. Veel jonge kinderen hebben luchtwegklachten en het is vaak niet duidelijk of die klachten door astma komen. Het gevolg is dat jonge kinderen met klachten soms te veel of juist te weinig medicatie krijgen. De taak van de huisarts is om deze kinderen nauwgezet te volgen om het effect van de medicijnen te bekijken en zo nodig bij te sturen. Ouders geven aan dat zij niet altijd weten welke medicijnen ze op welk moment moeten geven.

Inline Photo

Zo worden ontstekings­remmers soms niet dagelijks toegediend, terwijl dit wel moet. Ook hier is de arts (of apotheker) verantwoordelijk om te blijven toetsen of de juiste toediening gehandhaafd wordt.  Pediatr Allergy Immunol 22(5) [2011], 462-68,  Pharmacoepidemiol Drug Saf 23(4) [2014], 406-10.